Gedichten

Willemien Spook
Stadsdichter van Haarlem
De ooievaar


Hoog in de wind is een wiel de woning
van de ooievaar in gevederd jacquet
hij is van de vliegende vloot een koning.
Stijfjes schrijdt hij, met deftige tred
scharrelt hij een maaltje bij elkaar,
zijn rode snavel als machtig wapen.
Waakzame wachter voor het gevaar
in staat om staand op één been te slapen,
o zoooo moooooie oooooievaar,
woon hoog op je wiel en weer de bliksem
klepper je kinders bij elkaar en
waak over de tuin van Haarlem.
Laat me geloven dat je geluk brengt
pluk adders en kikkers uit het riet
en kindertjes uit het veenmoeras
hier, in dit Westelijk Tuinbouwgebied.

Gedicht Sylvia Hubers
Stadsdichter van Haarlem
Westelijk Tuinbouwgebied

Ik ben een tuinloos dichter in de stad
mijn huis ligt op een ander huis
op een ander huis
op een ander huis
als ik goed kijk in de verte
heb ik uitzicht op een park

Steen op steen op steen is de stad
een mooie jungle waar het goed is van
ontmoeten van de mensen en hun
werken – soms ben ik dat zat, pak
de fiets en peddel door de massa steen en
mensen naar de rand
van dit al
en dan de duinen in, maar eerst
de overgang
tussen dit en dat
de rafelrand, de plekken van
libelle hier – sportveld daar, lichtmast
plantje, vogel, vlinder hier – zomerhuisje
tuincentrum, occasions daar…

daar waar de stad en het land elkaar
met voorzichtige dan wel opdringerige
dan wel brutale vingers raken
in ‘een groots verband’ dat we
denkend aan Holland
kunnen breken en maken

Om het uitzicht te bewaren op het fraaie…
hou de boel hier in de Hand!